Compliance, resilience, cybersecurity transformation...
Ik zat laatst in gesprek met iemand die een pitch moest houden. Hij vertelde me de inhoud, en de zakelijke termen vlogen me om de oren. Ik was de draad al snel kwijt.
Dus bleef ik doorvragen. Wat bedoel je daarmee? En dat dan? En hoe werkt dat precies?
En langzaam begon ik het te snappen.
De metafoor die het helder maakte
Toen probeerde ik een metafoor. "Bedoel je dat als er bij je wordt ingebroken, dat je je dan afvraagt of je de deur wel goed op slot hebt gedaan?"
Het was even stil.
"Ja," zei hij toen, "daar komt het wel op neer."
"Dan is dat misschien wel een goede start van je pitch."

Het probleem met jargon
Als jij je pitch vol jargon gooit, begrijp je het zelf prima. Jij weet wat compliance betekent, wat resilience inhoudt, hoe cybersecurity transformation werkt. Voor jou is het helder.
Maar je publiek? Die hoort alleen maar woorden. En na drie termen zijn ze de draad kwijt, net als ik.
Niet omdat ze dom zijn. Niet omdat ze niet geïnteresseerd zijn. Maar omdat je ze niet meeneemt in je verhaal. Je springt direct in je vakjargon, en verwacht dat ze volgen.
En dat doen ze niet.
Waarom we in jargon vervallen
Het is niet vreemd dat we dit doen. Jargon voelt professioneel. Het laat zien dat je je vak kent. Het geeft autoriteit.
En binnen je eigen vakgebied werkt het ook. Als je tegen collega's praat, begrijpen ze je direct. Compliance, resilience, transformation – ze weten precies wat je bedoelt.
Maar zodra je buiten je vakgebied stapt, wordt het een probleem. Want je publiek spreekt die taal niet. En als je blijft doorratelen in termen die zij niet kennen, haken ze af.
Wat ik doe als presentatiecoach
Daarom blijf ik doorvragen. Net zo lang vissen tot ik het ook snap. Want als ik het snap, kan jouw publiek het ook snappen.
En vaak blijkt: onder al dat jargon zit een simpel verhaal. Een beeld. Een metafoor die iedereen begrijpt.
Die man met zijn cybersecurity pitch? Zijn verhaal ging over: hoe zorg je ervoor dat je organisatie zich niet achteraf afvraagt "hadden we niet beter kunnen opletten?" Na een datalek, een hack, een incident. Hoe bouw je een cultuur waarin je vooraf nadenkt in plaats van achteraf spijt hebt?
Dat is helder. Dat begrijpt iedereen. Dat is waar je mee moet beginnen.
En dán kun je uitleggen hoe compliance, resilience en transformation daarbij helpen.
Van beeld naar detail
Het mooie van beginnen met een beeld is dat je publiek meteen weet waar je het over hebt. Ze snappen het probleem. Ze herkennen de situatie. Ze denken: ja, dat ken ik.
En dan kun je in detail gaan. Dan kun je uitleggen wat je oplossing is. Dan kun je de vakterm introduceren – maar dan weten ze al wat het betekent, omdat je het beeld hebt neergezet.
Zonder dat beeld zijn die details zinloos. Dan is het een waslijst aan termen die geen betekenis hebben.
Met dat beeld worden die details waardevol. Want je publiek weet: dit gaat over die situatie waar ik net aan dacht. Dit helpt me om dat probleem op te lossen.
Hoe vind je dat beeld?
Dat is waar ik mee help. Door door te vragen. Door te blijven doorvragen tot ik het snap. Want als ik – die niks weet van jouw vakgebied – het snap, dan is het helder genoeg.
En vaak zit dat beeld er al. Je hoeft het alleen maar naar boven te halen.
Vraag jezelf af: waar gaat het écht over? Niet: wat is mijn oplossing. Maar: wat is het probleem dat iedereen herkent?
Die inbraak. Die open deur. Dat gevoel van "hadden we dit niet kunnen voorkomen?"
Dát is waar je mee begint. En dan bouw je van daaruit je verhaal op.
Van jargon naar begrip
Want een goede pitch gaat niet over hoe ingewikkeld jij het kunt maken. Een goede pitch gaat over hoe simpel je het kunt uitleggen.
Niet compliance, resilience, cybersecurity transformation.
Maar: zorgen dat je de deur op slot doet voordat er wordt ingebroken. En dan uitleggen hoe je dat doet.
Dát begrijpt iedereen. En dát is waar je mee moet beginnen.